Hulp bij slaapproblemen | Verschillende slaapfases

Elke nacht doorloop je verschillende slaapstadia. Eén ervan is de REM-slaap (Rapid Eye Movement), de welbekende droomslaap. Het grootste deel is echter non-REM-slaap (Slow Eye Movements of SEM) de 'normale' slaap.

 

Doezelen, overgangsfase tussen waken en slapen

Het eerste slaapstadium van de non-REM-slaap is een overgangsfase tussen de waak- en slaaptoestand. Dit stadium duurt maar drie tot vijf minuten. De lichaamstemperatuur daalt en de spieren ontspannen. Tijdens dit stadium zijn langzame oogbewegingen (Slow Eye Movements of SEM) te zien. Je kent waarschijnlijk dat gevoel wel als je tegen je slaap zit te vechten. Je ogen draaien dan langzaam weg en je hebt moeite om ze open te houden. Gedachten worden chaotisch, onlogisch. We krijgen hypnagogische verschijnselen: Beelden, geluiden, gewaarwordingen net voor je in slaap, stadium 2 valt. Soms kan je gedurende de overgang naar stadium 2 een schok voelen, soms met het gevoel dat je valt. Dit is een slaapstuip; een korte aanspanning in de spieren van je armen of benen. Hierdoor ben je weer even helemaal wakker. Ook van geluiden word je in deze fase nog makkelijk wakker.

 

Lichte slaap

Het tweede slaapstadium is het eerste echte slaapstadium en duurt ongeveer dertig tot veertig minuten. In dit slaapstadium slaap je het meest: tot 50 procent van de totale slaapduur per nacht. Het is het begin van de 'echte' slaap. Je wordt in dit stadium niet meer zomaar van elk geluid wakker. Tijdens dit stadium zijn er geen oogbewegingen te zien.

 

Zeer diepe slaap

Stadium drie en vier worden meestal als één geheel beschouwd. In deze fase zijn je spieren maximaal ontspannen en ben je moeilijk wakker te krijgen. Je ademhaling en hartslag worden trager, dieper en regelmatiger. Je hartslag en bloeddruk dalen naar de laagste minima.Tijdens het begin van de nacht kan deze fase tot 1 uur duren. Maar in de volgende cycli duurt deze fase steeds korter. Je lichaam herstelt zich en doet nieuwe kracht op.

 

REM-slaap

Na stadium vier wordt de slaap geleidelijk lichter en stadium 1 en 2 worden opnieuw gepasseerd. Dan begint het stadium van de REM-slaap of droomslaap. De grote spieren van je ledematen zijn dan verlamd. Als dit niet zo zou zijn, zou je uit je bed kunnen springen om je dromen uit te gaan voeren. (slaapwandelen treedt op bij onvoldoende slaapverlamming)Je kunt zien of iemand in zijn REM-slaap zit aan de snelle oogbewegingen onder de gesloten oogleden. De hersenen zijn tijdens deze fase volop actief.. Naarmate de nacht vordert, worden de perioden met REM-slaap steeds langer. In totaal neemt de droomslaap 20 tot 25 procent van de slaapduur in beslag.

Tijdens deze lichte slaapfase hebben we lange ‘verhaal’ dromen die meer heldere boodschappen bevatten. Als we tijdens of vlak na de REM slaap ontwaken, kunnen we onze dromen vaak beter herinneren.

 

Hierna volgt het volgende blok van ongeveer 90 minuten met alle fases opnieuw. De afwisseling van remslaap en Non-remslaap vindt gemiddeld 5 a 6 keer plaats gedurende een nacht. Per keer zak je minder diep weg in de remslaap en wordt de remslaap periode langer. Droom je het eerste blok misschien 5 - 10 minuten, in het laatste blok kan dit een half uur tot 3 kwartier duren.

 

De tijd dat we dromen neemt af naarmate we ouder worden.

Pasgeboren baby’s dromen gemiddeld 60 % van de slaaptijd, kleuters 35%, volwassenen 25 %. Kinderen slapen langer en hebben dus meer remslaap.